''Vrouger''

 

 

 

Annerveenschekanaal is ontstaan vanuit de activiteiten van de Annerveensche Heerencompagnie. Deze verveningsmaatschappij haalde het veen uit het Annerveen en werd eind 18e eeuw geleid door Lambartus Grevelinck. Alom wordt aangenomen dat hij het eerste huis liet bouwen, aan de kop van het naar hem genoemde Grevelingkanaal. De eerste huizen van het dorp ontstonden aan de oostzijde van het kanaal. Het kanaal had in de 19e eeuw een belangrijke functie als transportroute voor de binnenvaart. Het veen werd naar Groningen verscheept, het stadsafval kwam terug om de nieuw ontgonnen landerijen vruchtbaar te maken.

Naarmate het dorp zich uitbreidde kwam er behoefte aan een eigen kerk. Onder de ingezetenen van de veendorpen werd een inzameling gehouden, de opbrengst was f 2085,-. Er waren 49 intekenaren, vooral uit Annerveen en de Annerveensche Compagnie. De inwoners van Eexterveen waren wat huiverig: zij waren financieel afhankelijk van enkele belangrijke inwoners van Eext, die grote tegenstanders waren van een afscheiding. In Eext had men immers ook geen eigen kerk, dus waarom “het veen“ dan wel?

Men vroeg aan de Gouverneur van Drenthe om een collecte te mogen houden in alle Drentse gemeenten. Ook koning Willem I werd om een bijdrage verzocht. De Koning leek immers zeer begaan met de geestelijke staat van zijn onderdanen en had kort tevoren ook geld beschikbaar gesteld voor de bouw van een kerk in Stadskanaal. De koning reageerde echter niet op het verzoek.

De losmaking van Anloo ging niet zo gemakkelijk. Anloo vond het aantal gezinnen in de nieuwe kolonie - 60 - en in de gehuchten Anner- en Eexterveen - 27 - te klein om een kerk, een predikant, een koster en een voorzanger te onderhouden.

De provincie Drenthe vroeg of er niet samengewerkt kon worden met Gieterveen. Dat vond men hier niet zo geschikt : In Gieterveen woonden veel arme mensen en men vreesde dat die dan ten laste van de diaconie in de Annerveensche Compagnie zouden komen.

Met vereende inspanningen kwam de kerk er toch. De totale kosten bedroegen f 7955,-. De kerk werd gebouwd door de plaatselijke timmerman Kliphuis. Het gebouw bood eveneens onderdak aan het gezin van de predikant. Hij woonde in het gedeelte dat opzij, in L-vorm, aan de kerk was aangebouwd.

De kerk is een zgn. Waterstaatskerk. Dat is de benaming voor Nederlandse kerkgebouwen die tussen 1824 en 1875 met financiële steun van de landelijke overheid werden gebouwd. Het ontwerp en de bouw moesten worden goedgekeurd en gecontroleerd door ingenieurs van het ministerie van waterstaat. De bouwwerken hebben een sober karakter. Er werd gewerkt met een ( zeer ) beperkt budget en er werd geen of weinig versiering toegepast. Zo had deze kerk oorspronkelijk geen gestuukte muren. De kroonluchters aan het plafond en de geschilderde zon boven de deur waren de enige luxe“.

De kerk was een z.g. boerderijkerk. De predikant had een stukje land en wat vee, dat hij stalde in de schuur die achter aan het woongedeelte was gebouwd. Op die manier kon hij zijn toch wel schamele inkomsten wat verbeteren. Het nieuwe kerkgebouw werd in 1836 ingewijd als hulpkerk van Anloo. Dit hield o.a. in dat er geen doop- en trouwdiensten mochten worden gehouden. Voor het uitbetalen van diaconiegeld (de z.g. bedeling) aan de armen in dit gebied moest er een diaken komen van de hoofdkerk in Anloo, hoewel de collecte in het dorp zelf voor dat doel genoeg opbracht. Was het slecht weer, dan kon de diaken niet komen en moest de bedeelde een week op het geld wachten! In 1840 werd bij Koninklijk Besluit toestemming verleend voor de totale losmaking van de hoofdkerk in Anloo. Schelto Coolhaas van der Woude werd op 10 januari 1841 bevestigd als eerste predikant van de zelfstandige hervormde gemeente Annerveen. Pikant detail is wel dat Eext zich kort daarop ook los maakte van Anloo en een eigen kerk bouwde.

In 1860 werd er aan de kerk een toren gebouwd. Er kwam een nieuwe kerkklok in omdat er in de oude een barst zat. Er is niet bekend waar de eerste klok heeft gehangen. De nieuwe klok werd in 1943 door de Duitsers gevorderd, maar in 1949 werd een nieuwe ingewijd. In 1916 kreeg de kerk een orgelgalerij, het orgel werd tweedehands aangeschaft (zie hieronder voor meer informatie hierover). In 1930 werd er naast de kerk een pastorie gebouwd (nu Greveling 123). De woonruimte van de dominee aan en achter de kerk werd daarna bewoond door de koster. De voorste benedenkamer was daarvan uitgezonderd, die werd gebruikt als consistoriekamer en vergaderruimte voor de kerkenraad. De zusterkring had er bijeenkomsten, het kerkkoor repeteerde er en de ruimte werd ook gebruikt door het jeugdwerk. In 1981 werd de oude pastorie achter de kerk, later kosterswoning afgebroken en herbouwd voor het jeugdwerk en andere culturele activiteiten. Dit gedeelte kreeg de naam “De Weeme” = pastorie.

Het onderhoud leverde in de loop der jaren grote problemen op. Er was niet genoeg geld om tot een grootscheepse restauratie over te gaan. In 1982 - 1983 kon de kerk in het kader van de Herinrichting Veenkoloniën aan de buitenkant grondig worden gerestaureerd. Ook inwendig werd het gebouw aangepast. De betimmering om de preekstoel, die in 1930 was aangebracht omdat de dominee “niet op een eierdopje wilde preken“ werd verwijderd, evenals de kerkenraadsbanken en de voorste rijen gewone banken. Later werd de witte, afbrokkelende, gipslaag van het plafond verwijderd; daaronder bleek nog het originele blauwgroene houten tongewelf uit 1835 aanwezig te zijn. Dit werd in ere hersteld.

De tijd dat kerkdiensten druk werden bezocht is lang geleden. Na het vertrek van ds. Meeuse, in 1970, was er geen eigen voorganger meer. Een aantal jaren was er nog een dominee beschikbaar voor slechts één dag per week, daarna werd er eens per maand nog een kerkdienst gehouden door gastpredikanten. Op 1 januari 1985 is de Hervormde Gemeente Annerveen, na een zelfstandig bestaan van 150 jaar, weer opgegaan in de Hervormde Gemeente Anloo. Sindsdien is het gebouw op incidentele basis gebruikt voor het organiseren van cursussen, symposia, exposities, concerten en andere bijeenkomsten. Het beheer was tot 2010 in handen van de zelfstandige “Hervormde Stichting Kerk en gebouwen”.